Ontdek de financiële en veiligheidsvoordelen van CSTD's

Closed System Transfer Devices (CSTD's) spelen een cruciale rol bij de bescherming van de gezondheid van apotheekmedewerkers tijdens magistrale bereidingen met gevaarlijke geneesmiddelen. Elk jaar lopen meer dan 8 miljoen zorgverleners in de VS en 12 miljoen in Europa het risico te worden blootgesteld aan gevaarlijke geneesmiddelen, een probleem dat uitgebreid is onderzocht. (1)(2) CSTD's, met hun geavanceerde ontwerp, dienen als krachtige barrières die blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen voorkomen en contaminatie verminderen. Ze minimaliseren ook afval en verbeteren het welzijn van het personeel dat in ziekenhuizen en apotheken werkt.    

In de volgende paragrafen zullen we de significante invloed van CSTD's op het bereidingsproces onderzoeken.

De belangrijkste voordelen van het gebruik van CSTD's bij magistrale bereidingen 

Een apparaat voor medicijntransfer in een gesloten systeem minimaliseert effectief de risico's op besmetting in zorgomgevingen.

Prioriteit voor veiligheid met transfersystemen met gesloten systeem

Closed System Transfer Devices (CSTD's) zijn essentiële hulpmiddelen geworden bij magistrale bereidingen voor zowel apothekers als verpleegkundigen, om het probleem van blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen aan te pakken. Volgens NIOSH verhindert een CSTD mechanisch de overdracht van milieuverontreinigende stoffen naar het systeem en het ontsnappen van gevaarlijke medicijn- of dampconcentraties buiten het systeem.(3) Door een luchtdichte verbinding te creëren tussen medicijnflesjes, spuiten en infuuszakken, voorkomen ze met succes het vrijkomen van schadelijke aerosolen en dampen, waardoor de risico's van direct contact, blootstelling van de huid en inademing aanzienlijk worden verminderd. (4)

Meer arbeidsveiligheid met CSTD's

CSTD's maken gebruik van verschillende technologieën, die elk verschillende veiligheidsniveaus bieden. Fysieke barrières zorgen voor een gesloten systeem dat gevaarlijke medicijnen tegenhoudt, terwijl luchtzuiveringstechnologie deeltjes uit de lucht filtert. (5) Deze rigoureuze inperkingsstrategie biedt een beschermende omgeving voor medisch personeel en minimaliseert de potentiële gezondheidsrisico's op lange termijn die samenhangen met gevaarlijke medicijnen.

Risico's op besmetting en beroepsmatige blootstelling aan chemotherapiemedicijnen verminderen 

Een groot voordeel van een gesloten systeem voor medicijnoverdracht is de aanzienlijke vermindering van het besmettingsgevaar voor medisch personeel. Onderzoek toont een aanzienlijke afname van de blootstelling aan gevaarlijke medicijnen aan wanneer CSTD's de medische hulpmiddelen bij uitstek zijn, met een besmettingspercentage van 12,24% vergeleken met 26,39% bij standaard isolatoren. (6) Door CSTD's te gebruiken, kunnen apothekers, verpleegkundigen, clinici en ander personeel de veiligheidsmaatregelen verbeteren en een veiligere en meer beveiligde gezondheidszorgomgeving creëren. 

Controle op vervuiling bij het samenstellen van chemotherapiemedicijnen: CSTD's vs. open systemen

In dit hoofdstuk vergelijken we CSTD's met hun alternatieven op de markt. We belichten hun onderscheidende kenmerken en geven richtlijnen voor de meest geschikte keuze voor verschillende scenario's voor het compounderen van geneesmiddelen.

CSTD-producten 

Deze apparaten handhaven een afgesloten omgeving tijdens het bereidingsproces van medicijnen. Uitgerust met flaconadapters en andere componenten, zorgen CSTD's ervoor dat gevaarlijke medicijnen ingesloten blijven, waardoor het apotheekpersoneel beschermd wordt. Vooral voor gevaarlijke medicijnen is de werking van CSTD's van onschatbare waarde, omdat ze effectief voorkomen dat aërosolen of dampen vrijkomen.

Open systemen

Open systemen hebben een zekere mate van permeabiliteit door het ontbreken van een volledige afdichting. Ze zijn eenvoudiger en vaak betaalbaarder, waardoor ze geschikt zijn voor medicijnen met een lager besmettingsrisico. Hun beschermingsmogelijkheden zijn echter niet vergelijkbaar met die van CSTD's. 

Concluderend kan worden gesteld dat CSTD's een betere bescherming bieden, vooral voor gevaarlijke geneesmiddelen. De keuze tussen CSTD's of alternatieve oplossingen moet worden gebaseerd op de aard van het geneesmiddel (gevaarlijk vs. ongevaarlijk), de potentiële risico's voor het personeel en de wettelijke normen, waarbij de nadruk altijd moet liggen op veilige magistrale bereidingen. Bij de magistrale bereiding van gevaarlijke geneesmiddelen moet altijd gebruik worden gemaakt van CSTD's, omdat dit de enige apparaten zijn die de veiligheid tijdens het proces kunnen garanderen.

De beheersing van besmettingspreventie 

Naast hun vele voordelen blinken CSTD's uit in het voorkomen van contaminatie. Hun ontwerp biedt een dubbel verdedigingsmechanisme: ze voorkomen dat milieuverontreinigende stoffen het systeem binnendringen en zorgen ervoor dat gevaarlijke medicijndeeltjes en -dampen veilig worden afgesloten. Dit robuuste schild vermindert het gevaar van onbedoelde besmetting aanzienlijk, waardoor CSTD's zich onderscheiden op het gebied van efficiëntie en bescherming voor zowel zorgverleners als patiënten.

Hoe voorkomen CSTD's het morsen en lekken van geneesmiddelen?

Bovendien bieden CSTD's een onberispelijke bescherming tegen het morsen en lekken van geneesmiddelen. Ze bereiken dit door middel van een waterdicht mechanisme dat de toegang van verontreinigende stoffen uit de omgeving beperkt en gevaarlijke medicijnen of dampen veilig insluit. Zodra het CSTD-systeem geactiveerd en verzegeld is, voorkomt het elke onbedoelde toegang of uitgang, inclusief bacteriën of deeltjes. Dit precisieniveau beschermt het bereidingsproces tegen onbedoelde inbreuken en benadrukt de ongeëvenaarde mogelijkheden van CSTD's om de integriteit van de verwerking van geneesmiddelen te waarborgen. 

De financiële voordelen van transferapparaten met gesloten systemen

In de wereld van de gezondheidszorg zijn financiële overwegingen net zo belangrijk als veiligheid. Daarom nemen we de economische voordelen van CSTD's onder de loep. In dit gedeelte wordt onderzocht hoe CSTD's geld besparen en verspilling tegengaan, waarbij de financiële voordelen op lange termijn van investeringen in deze apparaten in de gezondheidszorg worden belicht. 

Het gebruik van een Drug Transfer Device zorgt voor kostenbesparingen door afvalvermindering

Het gebruik van CSTD's levert aanzienlijke kostenbesparingen op doordat medicijnafval tot een minimum wordt beperkt. Door bescherming te bieden tegen microbiële groei kan het gebruik van de injectieflacon worden verlengd, waardoor de flacon langer kan worden gebruikt na de oorspronkelijke vervaldatum. Studies tonen aan dat de implementatie van CSTD's medicijnafval met gemiddeld 72,5% vermindert. (7) Dit spaart niet alleen waardevolle medicijnen, maar heeft ook een positief effect op het milieu doordat er minder gevaarlijke medicijnen worden weggegooid. 

Optimalisering van de samenstelling van geneesmiddelen met CSTD's

Efficiëntiestudies hebben aangetoond dat de gesloten systemen de steriliteit van wegwerpflacons verlengen, waardoor het mogelijk wordt om flacons te delen, wat de hoeveelheid geneesmiddelen die na één keer gebruik wordt weggegooid aanzienlijk vermindert. Opmerkelijk is dat onderzoeken aantoonden dat CSTD's de steriliteit van flacons tot wel zeven dagen kunnen behouden, waarbij verontreinigingspercentages tot 30 dagen verwaarloosbaar blijven, wat leidt tot aanzienlijke financiële besparingen door minder verspilling van geneesmiddelen (8). 

Deze apparaten zorgen niet alleen voor precisie bij het meten en doseren van medicatie, waardoor er minimale resten achterblijven, maar hun ontwerp voorkomt ook lekken en druppelen van medicatie, waardoor elke druppel optimaal benut wordt. De gecontroleerde luchtdruk en nauwkeurige dosering door CSTD's spelen ook een cruciale rol bij het voorkomen van risico's die gepaard gaan met het over- of ondervullen van flacons, waardoor de hoeveelheid afval verder wordt beperkt. Het is aangetoond dat een dergelijke efficiëntie aanzienlijke economische voordelen oplevert. Kostenbesparingen door het integreren van CSTD's in de gezondheidszorg variëren van 7-15% op de totale uitgaven voor medicijnen en hulpmiddelen. Dit kan zich vertalen in jaarlijkse besparingen van ongeveer 480.000 pond door gemiddeld 57% van de ongebruikte geneesmiddelen uit flacons terug te halen, waarbij Hongaarse ziekenhuizen opmerkelijke besparingen melden, vooral bij dure parenterale biologische middelen (9). Samen vormen CSTD's niet alleen een overtuigend argument voor hun rol in het verminderen van medicijnverspilling, maar ook voor het optimaliseren van middelen in de gezondheidszorg door hun economisch gebruik. 

Resultaten verbeteren door CSTD's te integreren met DVO

De combinatie van CSTD's met DVO-technieken (Drug Vial Optimization) biedt een allesomvattende aanpak voor bescherming en efficiëntie. Terwijl CSTD's zorgen voor een veilige omgeving voor het verwerken van medicijnen, maximaliseert DVO de extractie van medicijnen uit flacons met een minimum aan residu. Deze combinatie beschermt niet alleen zorgverleners, maar biedt ook financiële voordelen op de lange termijn en zorgt voor een duurzame en kosteneffectieve oplossing voor patiëntenzorg en financiële gezondheid. 

Factoren die van invloed zijn op de besparing op injectieflacons bij het bereiden van gevaarlijke geneesmiddelen met CSTD's en DVO's 

De berekening van de besparing in flacons tijdens de bereiding van cytostatica met CSTD's en Drug Vial Optimization (DVO) is afhankelijk van meerdere variabelen, zoals de specifieke geneesmiddelen, apparatuur en bereidingsprocedures. Belangrijke overwegingen zijn onder andere: 

Drugconcentratie: Hogere concentraties kunnen meer doses per injectieflacon opleveren, wat de besparingen van DVO vergroot. 

Grootte van de flacon: Grotere flacons kunnen meer besparingen opleveren door optimaler gebruik. 

Kosten van flacons: De selectie van injectieflacons moet kosteneffectief zijn, waarbij de prijs per milliliter moet worden afgewogen tegen potentiële verspilling. 

Houdbaarheid: Houd rekening met de stabiliteit van het geneesmiddel na het mengen om verspilling door verlopen geneesmiddelen te voorkomen.  

Efficiëntie van samenstellen: Goed opgeleid personeel dat CSTD's en DVO's gebruikt, kan fouten en verspilling minimaliseren. 

Naleving van regelgeving: Voldoen aan alle voorschriften om veilige bereidingspraktijken te garanderen. 

Analyse van de vraag: Een grote vraag naar een geneesmiddel kan aanzienlijke besparingen opleveren door optimalisatie van flacons. 

DVO-efficiëntie: De efficiëntie van de gebruikte DVO-technologie beïnvloedt de hoeveelheid extraheerbare doses. 

Eigenschappen van het geneesmiddel: Houd rekening met de invloed van geneesmiddeleigenschappen zoals viscositeit en oplosbaarheid op de samenstelling. 

Opleiding van personeel: Geschoold personeel dat CSTD's en DVO-technologie gebruikt, kan hun welzijn op de werkplek maximaliseren en tegelijkertijd kosten besparen. 

Kostenbesparingen op lange termijn: CSTD's versus alternatieve oplossingen 

Naast de eerder genoemde economische en steriliteitsvoordelen, pakken CSTD's ook de financiële gevolgen van besmetting in zorgomgevingen aan. Blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen brengt risico's met zich mee voor zorgverleners en patiënten, wat leidt tot aanzienlijke financiële lasten. Deze druk omvat kosten in verband met mogelijke medische kosten als gevolg van letsel bij het personeel en het beheer van de gevolgen van besmetting. Het gebruik van CSTD's bij magistrale bereidingen biedt een belangrijke oplossing voor dergelijke problemen en zorgt voor financiële winstgevendheid op de lange termijn. 

Het rimpeleffect: De kosten en gevolgen van blootstelling van personeel aan gevaarlijke drugs 

Menselijke fouten in de gezondheidszorg kunnen nadelige gevolgen hebben voor het personeel en leiden tot een reeks kostbare gevolgen. Onmiddellijke kosten zijn onder andere medische behandeling, testen op blootstelling aan gevaarlijke medicijnen en verlof. Ziekte van personeel kan bovendien leiden tot personeelstekorten, waardoor tijdelijke krachten nodig zijn en extra kosten ontstaan. Deze problemen verstoren de bedrijfsvoering en drijven de kosten op. Bovendien kunnen er juridische kosten en schadevergoedingen ontstaan als er patiënten worden getroffen. Gezien deze financiële druk is het van cruciaal belang om preventieve strategieën te implementeren om de brede impact van incidenten met blootstelling van personeel aan te pakken. (10)

Verontreinigingskosten beperken met CSTD's: Een proactieve benadering

Door gebruik te maken van Closed-System Drug-Transfer Devices (CSTD's) om een afgesloten omgeving te garanderen tijdens de bereiding en toediening van medicijnen, kan het risico op besmetting van het personeel aanzienlijk worden verminderd. Dit helpt bij het minimaliseren van directe medische kosten in verband met blootstellingsbehandelingen, voorkomt operationele verstoringen en elimineert de kans op juridische en schadeclaims. Het implementeren van CSTD's toont een proactieve betrokkenheid bij de veiligheid in de gezondheidszorg, beschermt het welzijn van zorgverleners en zorgt tegelijkertijd voor kosteneffectieve activiteiten. 

Maximaliseer het rendement van uw CSTD-investering door te investeren in de opleiding van uw personeel

Investeren in de opleiding van personeel voor het juiste gebruik van Closed System Transfer Devices (CSTD's) is van het grootste belang in de gezondheidszorg, zowel om de veiligheid te garanderen als om de financiële resultaten te verbeteren. Effectieve training voorziet het personeel van de nodige vaardigheden om CSTD's te bedienen, te onderhouden en efficiënte protocollen op te stellen, wat leidt tot minder fouten, minder risico op besmetting en een betere toediening van chemotherapie. Dit bevordert niet alleen de patiëntenzorg en -tevredenheid, maar verhoogt ook aanzienlijk het rendement op investering (ROI) door het minimaliseren van kostbare fouten zoals het morsen van medicijnen en het voorkomen van prikaccidenten, die volgens een rapport in Schotland alleen al tussen de £10.000 en £620.000 kunnen kosten. (11) Uitgebreide training is dus een strategische investering die op lange termijn financiële voordelen oplevert door het medicatiegebruik te optimaliseren en de risico's voor de gezondheidszorg te verminderen. Equashield biedt gratis training voor alle professionals in de gezondheidszorg die de veiligheid en het welzijn in ziekenhuizen en apotheken willen verbeteren.

De juiste CSTD kiezen: factoren om rekening mee te houden 

Het kiezen van de juiste CSTD is niet zo eenvoudig als elk ander item. Het vergelijken van CSTD's in de praktijk vereist een grondige opleiding van al het personeel dat betrokken is bij het testen. Hier zijn de belangrijkste aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij het selecteren van een CSTD: 

Veiligheid: Bij het omgaan met gevaarlijke medicijnen is de veiligheid van medisch personeel de hoogste prioriteit. Het gebruik van een volledig gesloten CSTD is cruciaal om het hoogste niveau van bescherming te bieden tegen de risico's van blootstelling en besmetting.

Compatibiliteit: Zorg ervoor dat de CSTD compatibel is met alle slangen en pompapparatuur die in uw instelling wordt gebruikt. 

Doeltreffendheid: Evalueer het vermogen van het hulpmiddel om contaminatie van de werkomgeving en blootstelling aan hoge dampconcentraties te voorkomen bij het loskoppelen van intraveneuze slangen na een infuus. 

Gebruiksgemak: Kies een apparaat dat gebruiksvriendelijk is en geen uitgebreide training vereist. 

Kosten: Kijk naar de totale gebruikskosten van het apparaat en of het binnen het budget van uw instelling past. 

Betrouwbaarheid: Kies een apparaat met een bewezen staat van dienst wat betreft succes en betrouwbaarheid. Apparaten die ontworpen zijn met de gesloten injectiespuit zijn meestal het veiligst en leveren de hoogste CSTD-prestaties.

Zorgen voor compatibiliteit met bestaande regelgeving en protocollen

Voordat u een Closed System Transfer Device (CSTD) in uw zorginstelling integreert, is het van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat het naadloos aansluit op de bestaande protocollen en voorschriften van uw land. Verschillende regio's kunnen specifieke richtlijnen hebben voor veilige omgang met medicatie en verhoogde risicoblootstelling. Controleer of de gekozen CSTD voldoet aan de regelgeving en zorgprotocollen in uw regio. Deze stap is van vitaal belang voor het handhaven van compliance, het verbeteren van de patiëntveiligheid en het stroomlijnen van uw medicijntransferprocessen.

 

EQUASHIELD heeft de wereld voor mij veranderd

Mark Stanfield heeft een gevarieerd carrièrepad gehad. Hij begon als muzikant en werkte later in Hollywood waar hij tv-commercials produceerde. Na de gebeurtenissen van 11 september voelde hij zich echter geroepen om een verschil te maken in het leven van mensen en vond hij zijn weg als oncologisch apotheker.

In 2017 werd hij gediagnosticeerd met stadium vier van longkanker, waardoor hij de veiligheid van bepaalde medische apparatuur op zijn werkplek in twijfel trok. Bezorgd over de mogelijke schade aan anderen begon hij aan een missie om de veiligheid op medisch gebied te verbeteren door een gesloten systeem transfer device (CSTD) te vinden dat effectief voorkomt dat dampen ontsnappen. Hij ontdekte dat EQUASHIELD het beste CSTD is om alle blootstellingsroutes te dekken. Ondanks zijn persoonlijke gezondheidsproblemen blijft Mark vastbesloten om onbevreesd door het leven te gaan en veilige bereidingspraktijken te promoten voor collega's in de gezondheidszorg.

Marks volledige verhaal

EQUASHIELD spuitunit

FDA-goedkeuring van EQUASHIELD® spuit voor volumineus gebruik

We zijn verheugd te kunnen aankondigen dat de EQUASHIELD® Spuiteenheid extra FDA-goedkeuring heeft gekregen voor volumetoepassing1. Deze prestatie markeert een belangrijke mijlpaal voor ons bedrijf, nu we vieren dat we al voor het vijfde opeenvolgende jaar de meest gebruikte CSTD in de VS zijn. We zijn ervan overtuigd dat ons innovatieve productontwerp een revolutie teweeg zal brengen in de manier waarop gevaarlijke medicijnen worden verwerkt, door ongeëvenaarde veiligheid en efficiëntie te bieden.

Vergeleken met andere spuiten op de markt 

Veel instellingen houden zich aan richtlijnen die het vulvolume van standaard spuiten beperken tot driekwart bij het werken met gevaarlijke geneesmiddelen (OSHA, ASHP) om verlies van de zuiger te voorkomen2,3. Onze EQUASHIELD® spuitunit elimineert dit risico echter door het ontsnappen van damp en contaminatie van de zuiger te voorkomen. Onze EQUASHIELD® spuitunit elimineert dit risico echter door het ontsnappen van damp en contaminatie van de zuiger te voorkomen. Dankzij het ontwerp kunt u de meest nauwkeurige spuitmaat gebruiken voor magistrale bereidingen en toediening4.  

Introductie van de unieke EQUASHIELD® spuitunit 

EQUASHIELD® spuitunit, een barrière-type CSTD, onderscheidt zich van zijn concurrenten door zijn unieke ontwerp met gesloten achterkant en gelijmde connector. Dit innovatieve ontwerp elimineert effectief meer routes voor blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen dan andere systemen en voorkomt het ontsnappen van damp en verontreiniging van de plunjer. De ingekapselde plunjer van de EQUASHIELD® spuitunit kan niet worden losgemaakt van het vaatje, zodat het volledige volume van de spuitunit veilig kan worden gebruikt.

Voordelen van volumineus gebruik 

Het gebruik van de EQUASHIELD® spuitunit voor grote volumes heeft meerdere voordelen:  

  • Kostenbesparing: Gebruik minder spuiten voor de bereiding en toediening van een dosis, dankzij het volledige volumegebruik van elke spuit. In combinatie met het volledige volumegebruik en het feit dat de grootste EQUASHIELD® spuiten 35 ml en 60 ml zijn, dragen ze bij aan grote kostenbesparingen in vergelijking met gewone standaardspuiten.   
  • Minder overbelasting: Ervaar minder overbelasting door minimale repeterende bewegingen.
  • Bespaar tijd: Efficiënter samenstellen en doseren met minder spuiten, wat leidt tot aanzienlijke tijdsbesparing. 
  • Minder afval: Verminder afval bij zowel het samenstellen als het toedienen van doses door optimaal spuitgebruik. 

Bekijk het volgende voorbeeld om de potentiële kostenbesparingen te illustreren:

EQUASHIELD vermindert het spuitgebruik aanzienlijk en stroomlijnt het proces met slechts 1 spuiteenheid. In tegenstelling tot andere CSTD's die vaak 2 spuiten + 2 of meer injectoren/connectoren vereisen voor het meest gebruikte geneesmiddel. Deze stroomlijning zorgt voor efficiëntie en kosteneffectiviteit in uw medicijnverwerkingspraktijken.

Een veiligere en efficiëntere oplossing 

Bij de ontwikkeling van de EQUASHIELD® spuitunit stond uw veiligheid voorop. We begrijpen de potentiële risico's die gepaard gaan met de behandeling van gevaarlijke geneesmiddelen en we zijn ervan overtuigd dat ons unieke ontwerp een veiligere oplossing biedt. De goedkeuring van de FDA is een bewijs van onze inzet om ervoor te zorgen dat onze producten veilig en betrouwbaar zijn.

Naast veiligheid biedt de EQUASHIELD® spuitunit efficiëntie. Door volumineus gebruik mogelijk te maken, helpen we uw processen te stroomlijnen, afval te verminderen en uw middelen te maximaliseren. Dit resulteert in een kosteneffectieve oplossing voor uw behoeften op het gebied van magistrale bereidingen en toediening van medicatie.

Omarm veiligheid en efficiëntie met de EQUASHIELD® spuitunit 

Al meer dan tien jaar hebben we door ons innovatieve ontwerp en onze toewijding aan veiligheid een product gecreëerd dat zich onderscheidt in de industrie. De EQUASHIELD® spuitunit is meer dan gewoon een spuit; het is een veilige, efficiënte en kosteneffectieve oplossing voor de behandeling van gevaarlijke geneesmiddelen. Nu we deze goedkeuring van de FDA vieren, kijken we ernaar uit om u te blijven voorzien van producten van de hoogste kwaliteit die aan uw behoeften voldoen.

Verontreiniging van de plunjer van injectiespuiten door gevaarlijke geneesmiddelen: Een vergelijkende studie

Inleiding

In onze instelling worden maandelijks duizenden chemotherapiedoses toegediend, dus we waren erg vroeg met het invoeren van zowel USP7971 als NIOSH-aanbevelingen. 2 We hadden beleid en procedures ontwikkeld en geïmplementeerd met veilige en geschikte procedures voor het omgaan met oncologische agentia, het gebruik van cleanrooms en biologische veiligheidskabinetten, persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) en vele andere beschermende maatregelen. Dit beleid en deze procedures omvatten het gebruik van de Phaseal Closed System Transfer Devices (CSTD) met Becton Dickinson (BD) spuiten. Drie jaar geleden hebben we de Phaseal apparaten vervangen door een nieuwe CSTD, de Equashield. Het ontwerp, de eenvoud, de ergonomie en het potentieel voor het verminderen van gevaarlijk afval vonden wij een voordeel ten opzichte van de BD Phaseal producten. Favier et al.3 onderzochten in een collegiaal getoetst onderzoek de mogelijkheid van contaminatie van de plunjer van injectiespuiten tijdens routinematige medicijnbereidingen in ziekenhuisapotheken. Deze studie bevestigde en kwantificeerde dat er een aanzienlijke contaminatie van cyclofosfamide optrad op de BD-spuitpompen. In dit onderzoek werden veegtestmonsters genomen van de plunjers van spuiten die opzettelijk werden gebruikt met herhaalde cyclofosfamide onttrekkings- en injectiecycli om herhaald gebruik te simuleren. In het onderzoek werden ook veegtestmonsters genomen van spuiten die waren verzameld na normaal gebruik tijdens een routinematige werkdag in de apotheek. Beide groepen monsters van spuiten bleken besmet te zijn. Deze voorheen niet-ontdekte blootstellingsroute vormt een probleem, omdat ze een andere potentiële bron van contaminatie van handschoenen en de werkomgeving aan het licht heeft gebracht, die het risico van blootstelling voor het apotheekpersoneel, verpleegkundigen, patiënten en hun familie verhoogt. Deze bevindingen maken duidelijk dat er dringend behoefte is aan betere veiligheidsmaatregelen in zorgomgevingen. In een verhandeling over verpleegkunde moet dit onderwerp aan de orde komen, waarbij de nadruk moet worden gelegd op het belang van de juiste omgang met en verwijdering van gevaarlijke stoffen om zowel zorgverleners als patiënten te beschermen. Een paar jaar later herhaalde een onderzoekslaboratorium gespecialiseerd in antineoplastische middelen en milieuverontreiniging het onderzoek naar verontreiniging van de zuiger.4 Dit onderzoek omvatte naast BD- en Terumo-spuiten ook Equashield-spuiten. Dit onderzoek bevestigde de bevindingen van het eerdere onderzoek3 met hoge besmettingspercentages tot 0,5 mg cyclofosfamide die werden aangetroffen op de plunjers van zowel de BD- als de Terumo-spuiten. Aangezien beide fabrikanten, BD en Equashield, beweerden verbeteringen te hebben aangebracht in de prestaties van hun producten, vroegen we Equashield om een vergelijkbaar vergelijkend onderzoek in onze instelling te sponsoren. Equashield stemde hiermee in en er werd een kleine studie ontwikkeld die de besmettingsniveaus van de BD-spuiten met Phaseal CSTD-apparaten zou testen ten opzichte van die van Equashield.

Karmanos Cancer Center, Detroit, MI, USA
Corresponderende auteur:
Stephen T Smith, Afdeling Farmacie, Karmanos Cancer Center,
4100 John R. Street, Mailcode: WE01PH, Detroit, MI 48201, USA.
E-mail: [email protected]

Methode

Het onderzoek omvatte 11 Equashield 60 ml spuiten en 12 BD PlasticTM 60 ml spuiten. De Equashield spuiten zijn een stand-alone gesloten systeem met een in de fabriek ingebouwd gesloten drukvereffeningssysteem en droge connectors. De BD-spuit is een traditionele injectiespuit voor eenmalig gebruik met een luer lock-tip die handmatig wordt aangesloten op de juiste Faseale droge connector (Injector). Het gesloten drukvereffeningssysteem is ingebouwd in de Faseal flesjesadapter (Protector).

Het verschil tussen de BD- en de Equashield-spuiten wordt getoond in afbeelding 1 en 2. De BD-spuiten hebben een open spuitvat en een gewone plunjerstructuur met vier ribben. Het Equashield vat wordt afgesloten door een deksel en de zuiger is een metalen staaf met een kleine diameter die door het deksel kan bewegen. Een afdichting in het midden van het deksel sluit de staaf af en zorgt voor een luchtdichte werking van de spuit.

Vier Equashield Vial Adaptors (VA-20) en vier Phaseal Protectors (P-50) werden respectievelijk bevestigd aan acht cyclofosfamide 2 g flacons. Elke injectieflacon werd gereconstitueerd met 100 ml standaard natriumchlorideoplossing van 0,9% tot een eindconcentratie van 20 mg/ml. Er werden acht spuiten en adapters van elk systeem gebruikt om de transfer in aliquots van 50 ml naar de medicijnflesjes te voltooien.

De spuiten werden verdeeld in drie gelijke groepen voor de Equashield en BD spuiten, met een flacon van het gereconstitueerde cyclofosfamide voor elke groep, met uitzondering van de laatste groep die elk 2 flacons ontving. Een aliquot van 50 ml cyclofosfamide werd in elke injectiespuit opgezogen en vervolgens terug in de flacon cyclofosfamide geïnjecteerd. Deze procedure voor het overbrengen van het geneesmiddel werd onmiddellijk twee keer herhaald voor de spuiten in groep 1, vier keer voor de spuiten in groep 2 en acht keer voor de spuiten in groep 3. Er werd slechts 50 ml cyclofosfamide in elke spuit opgezogen en vervolgens teruggespoten in de flacon cyclofosfamide. Er werd slechts 50 ml in de spuiten opgezogen om binnen de gebruiksrichtlijnen van de fabrikant te blijven en de kans op mogelijk morsen te minimaliseren. Dezelfde terugtrek- en injectieprocessen werden toegepast op de spuiten, die vergelijkbaar waren met de processen die men zou tegenkomen tijdens een routinematige bereidingsprocedure in de apotheek.

Nadat de medicijntransfers met de Equashield- en BD Phaseal-spuiten waren voltooid, werden de plunjers teruggetrokken tot de nominale markering van de spuit en werd een veegtest van de blootliggende plunjer uitgevoerd.

Aan het begin van het onderzoek werd een veegmonster genomen van het werkoppervlak van het biologische veiligheidskabinet om mogelijke verontreiniging voorafgaand aan het onderzoek uit te sluiten. De grootte van het afgeveegde oppervlak was 1 ft2 (930 cm2).

De diensten van ChemoGloTM (Chapel Hill, North Carolina), een gespecialiseerd laboratorium van derden, werden gebruikt om nauwkeurig sporen van cyclofosfamide te kwantificeren op de plunjers van de injectiespuit en het monster van het werkgebied. De ChemoGloTM -test heeft een laag detectieniveau van 10 ng (1 109 ) per veegmonster en is eenvoudig te gebruiken. De assay is geoptimaliseerd voor veegmonsters van elk oppervlak tot 930 cm2 (1 ft2), wat optimaal is voor het afvegen van het kleinere oppervlak van de plunjers van de injectiespuit. De kwantificering van cyclofosfamide is daarom de totale hoeveelheid cyclofosfamide in nanogrammen die op een monster van de plunjer/veeg wordt aangetroffen.

Er werden vier kits gebruikt voor in totaal 24 veegmonsters (elke kit bestond uit zes veegmonsters) die werden aangevuld volgens de door ChemoGloTM beschreven procedures.

De veegmonsters werden genomen met de ChemoGloTM -wisser met geabsorbeerde oplossing. De plunjers werden teruggetrokken tot de nominale markering van de spuit en de blootliggende plunjers werden grondig afgeveegd met de natte swabs. Na het afnemen van het veegmonster werd het wattenstaafje in een speciaal daarvoor bestemde gelabelde container gedaan. Aangezien elk veegmonster uit twee houders met watten en oplossing bestaat, werd dit proces herhaald voor de secundaire veegmonsters.

Alle 48 containers met de veegmonsters (twee containers voor elke spuit 23 spuiten en twee containers voor het testen van het werkoppervlak) werden 's nachts naar het ChemoGloTM -laboratorium gestuurd voor het uitvoeren van monsterextractie en analyse met LC-MS/MS-technologie.

De test werd uitgevoerd in een Thermo Class II, A2 Biological Safety Cabinet door een ervaren chemotherapeutisch gediplomeerd apotheektechnicus, die bedreven was in het gebruik van zowel de Equashield als de Phaseal CSTDs. Het werkgebied werd voor aanvang van het onderzoek gereinigd volgens de standaardprocedure in onze instelling. Om het onderzoek te isoleren en elke vreemde bron van contaminatie die de resultaten zou kunnen beïnvloeden uit te sluiten, werden de medicijnflesjes gereinigd met IPA-pads en werden alleen materialen die nodig waren voor het onderzoek in de afzuigkap bewaard. Er werden grote absorberende pads gebruikt om het hele werkgebied te bedekken. De pads werden vervangen en de handschoenen verwisseld voordat er met elke groep spuiten werd gewerkt.

Afbeelding 1. De BDÕ spuit (links) en de EquashieldÕ spuit (rechts).

Verontreiniging van de plunjer van injectiespuiten door gevaarlijke geneesmiddelen: Een vergelijkende studie

Afbeelding 2. De EquashieldÕ spuit (boven) en de BDÕ spuit (onder).

Verontreiniging van de plunjer van injectiespuiten door gevaarlijke geneesmiddelen: Een vergelijkende studie

Tabel 1. Hoeveelheden (ng) cyclofosfamide op de geteste injectiespuiten.

Verontreiniging van de plunjer van injectiespuiten door gevaarlijke geneesmiddelen: Een vergelijkende studie

Figuur 3. Verontreinigingsniveaus (ng) cyclofosfamide (CP) op de geteste injectiespuiten.

Resultaten

De resultaten toonden significante verontreinigingsniveaus met cyclofosfamide op 11 van de 12 BD-spuiten, terwijl alle 11 Equashield CSTD's niet detecteerbare concentraties hadden. Het afvegen van het werkgebied van 930 cm2 vertoonde een kleine verontreiniging van 16,82 ng, die dicht bij de onderste detectiegrens (LLQ) werd beschouwd (tabel 1).

Statistische beoordeling

We beschouwen dit onderzoek als een kleinschalig pilotonderzoek met als doel de twee ons bekende CSTD's te beoordelen. We hadden weinig voorlopige gegevens om de steekproefgrootte van de studie te bepalen; daarom werd uitgegaan van 11 spuiten op basis van eerdere studies.3,4 De resultaten bevestigden de aanname en laten zien dat het gemiddelde contaminatieniveau voor de BD-plunjers ¼ 1622 ng was met een variant, 2 ¼ 331 ng2 . Uitgaande van een normale verdeling, CP ~ N(µ, σ2 ), was het gemiddelde besmettingsniveau op de BD-plunjer groter dan 1228 ng, met een betrouwbaarheidsniveau van 95%. Dat wil zeggen dat als we een onbeperkt aantal spuiten zouden gebruiken, we 95% zeker konden zijn dat het gemiddelde besmettingsniveau hoger zou zijn dan 1228 ng. Aangezien de technologie beperkt is tot detectie en kwantificering tussen 10 ng en 2000 ng, namen we voor de statistische analyse van de resultaten aan dat wanneer de contaminatie boven de detectielimiet van de technologie lag, we deze als 2000 ng beschouwden, met dien verstande dat het werkelijke contaminatieniveau deze waarde meerdere malen kan overschrijden. Dit is al gedocumenteerd in eerdere onderzoeken 4,5 met de HPLC-MS/MS-analysemethode (figuur 3).

De onderste aantoonbaarheidsgrens (LLQ) voor deze tests is 10 ng. Hoeveelheden die kleiner zijn dan de LLQ worden gedefinieerd als niet-detecteerbaar (ND). De bovenste aantoonbaarheidsgrens voor deze assays is 2000 ng. Hoeveelheden groter dan 2000 ng worden gedefinieerd als > 2000.

Discussie

De besmettingsniveaus die werden aangetroffen op de plunjers van de standaard BD-spuiten bevestigen eerdere studies.3,4 Deze besmetting wijst op het potentieel van een aanzienlijke bron van blootstelling op laag niveau voor medisch personeel
terwijl ze gevaarlijke geneesmiddelen klaarmaken en hanteren tijdens hun routinewerkdag. Er wordt gesuggereerd dat de handschoenen van het personeel in contact komen met de besmette plunjers van de spuiten en vervolgens op hun beurt andere oppervlakken aanraken, zoals het werkgebied, de geprepareerde IV-zakken die worden verdeeld over de patiëntenzorggebieden, enzovoort, waardoor de hele werkomgeving besmet raakt en de kans op blootstelling toeneemt.

Na de resultaten van een eerder onderzoek,4 waar ook contaminatie werd gevonden op geteste Terumo-spuiten, is het zeer waarschijnlijk dat BD-spuiten over het algemeen ook standaardspuiten van andere fabrikanten vertegenwoordigen.
Bovendien wordt de contaminatie op standaard plunjers verwacht ongeacht het gebruik van een CSTD of traditionele methoden bij het hanteren van gevaarlijke geneesmiddelen.

Ook toonden onze resultaten geen detecteerbare verontreiniging aan op de plunjers van de Equashield-spuiten, wat eerdere bevindingen3,4 ondersteunt, evenals de NIOSH-aanbevelingen2 waarin het gebruik van CSTD wordt aanbevolen, waarbij mechanisch wordt voorkomen dat gevaarlijke medicijn- of dampconcentraties buiten het systeem ontsnappen om blootstelling aan gevaarlijke medicijnen te minimaliseren.6

We denken dat cyclofosfamide infiltreert op de plunjers van standaard BD-spuiten door te reageren en een laagje te vormen op de binnenwanden van het spuitvat.

De zeer minimale afstand of het directe contact tussen de plunjers en de besmette wanden zorgt ervoor dat cyclofosfamide gemakkelijk op de plunjer terechtkomt. Het typische samenknijpen van het buisje, buigen of draaien van de plunjer tijdens echt gebruik zorgt vaak voor direct contact tussen de plunjer en de besmette wanden, waardoor de besmetting kan worden overgebracht. Er is aangetoond dat de veiligheidsmaatregelen van het Equashield-ontwerp het risico op contaminatie van de plunjer aanpakken7 door contact te voorkomen en te zorgen voor een grotere afstand tussen de Equashield plunjerstang en de spuitcilinder in deze gesloten CSTD.

Tot slot lagen de verontreinigingsniveaus van cyclofosfamide die werden aangetroffen in het monster op de werkplek dicht bij de LLQ en kunnen daarom als van weinig belang worden beschouwd.

Conclusies

Dit onderzoek heeft de gevaren van standaard spuiten bevestigd en het belang van het gebruik van geschikte spuiten met een gesloten systeem tijdens alle bereidings- en hanteringsfasen van gevaarlijke geneesmiddelen, om de blootstelling van zorgverleners aan besmette oppervlakken en werkomgevingen aanzienlijk te verminderen. Er wordt gesuggereerd dat in het licht van dit onderzoek, en de medische literatuur die het weerspiegelt, verder onderzoek en overweging nodig zijn, en dat er strengere regels en beleid moeten worden opgesteld op dit gebied om de risico's verder te minimaliseren en de veiligheid van gezondheidswerkers te optimaliseren.

Financiering

Deze studie werd gedeeltelijk gesponsord door Equashield.

Belangenverstrengeling

De auteurs hebben geen belangenconflicten te melden.

Het gebruik van een medicijnoverbrengingsapparaat met gesloten systeem elimineert oppervlaktebesmetting met antineoplastische middelen

Achtergrond

Schadelijke effecten van blootstelling aan antineoplastische middelen op de werkplek werden voor het eerst beschreven in de jaren zeventig.1 Bekende risico's van het hanteren van deze middelen door verpleegkundigen en ander personeel in de gezondheidszorg zijn schade aan het DNA, onvruchtbaarheid en een mogelijk verhoogd risico op kanker.2-8

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) bij de omgang met chemotherapie wordt sinds 1986 aanbevolen door de Occupational Safety and Health Administration (OSHA).9 Apothekers, apotheektechnici en verpleegkundigen riskeren blootstelling aan antineoplastische middelen bij het bereiden en toedienen van deze geneesmiddelen. Veel onderzoeken hebben oppervlaktebesmetting met deze middelen in zorginstellingen10-14 gedocumenteerd en een recent onderzoek heeft aangetoond dat doxorubicine door nitril handschoenen heen kan dringen.15 Daarnaast zijn er gevaarlijke geneesmiddelen aangetroffen in de urine van gezondheidswerkers die chemotherapie bereiden of toedienen.11,13,16 Daarom worden er tijdens de bereiding en toediening persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) gebruikt om de blootstelling tijdens deze perioden te verminderen. 

Eerdere onderzoeken hebben besmetting van oppervlakken buiten het biologische veiligheidskabinet aangetoond.10-14 Medewerkers in de gezondheidszorg komen waarschijnlijk in contact met besmette oppervlakken als ze geen persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) dragen. Het minimaliseren van omgevingscontaminatie met antineoplastische middelen is noodzakelijk om werknemers te beschermen tegen de schadelijke effecten van deze middelen.

Gesloten systemen voor de overdracht van medicijnen (CSTD's) kunnen de blootstelling van zorgverleners aan schadelijke stoffen verminderen. Er zijn talloze rapporten gepubliceerd die de effectiviteit beschrijven van CSTD's bij het verminderen van oppervlaktebesmetting en blootstelling van zorgpersoneel na implementatie van de hulpmiddelen.13,14,16-21 Het National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH)22 en de huidige USP 79723-normen van de United States Pharmacopeia bevelen het gebruik van CSTD's aan bij het voorbereiden en toedienen van chemotherapie in aanvulling op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE).

Er zijn verschillende CSTD's op de markt voor gebruik met cytotoxische middelen. In een recent gepubliceerd onderzoek onder 22 ziekenhuizen in de Verenigde Staten werd vastgesteld dat de contaminatie van oppervlakken aanzienlijk was afgenomen na de implementatie van een bekende CSTD.14 Het CSTD-product dat in dit onderzoek werd gebruikt, moet echter nog worden geëvalueerd in de werkomgeving. Het testen van oppervlakken op de werkplek op contaminatie na het implementeren van de CSTD is belangrijk om het nut van het product te valideren.

Het testen op oppervlaktebesmetting met cytostatica in het kankercentrum werd om twee redenen voltooid. Een evaluatie van de effectiviteit van de standaardmethode voor het bereiden (Chemo Dispensing Pin, B. Braun Medical Inc.) en toedienen van chemotherapie was noodzakelijk. De tweede reden was om te evalueren of de CSTD de mate van oppervlaktebesmetting op verschillende locaties in het kankercentrum 1 jaar na implementatie zou verminderen.

Dit onderzoek werd uitgevoerd in een ambulant infusiecentrum voor chemotherapie bij kanker dat deel uitmaakt van een groot gezondheidssysteem in het Middenwesten van de Verenigde Staten. In het centrum bevindt zich een infusiesuite met 21 stoelen en een speciale apotheek die de chemotherapieproducten klaarmaakt voor toediening in de infusiesuite. Het kankercentrum heeft ongeveer 16.500 chemotherapiebezoeken per jaar.

In het kankercentrum bereiden de apotheektechnici alle doses chemotherapie onder toezicht van de apotheker. Het apotheekpersoneel bestond uit twee fulltime apothekers en twee fulltime gecertificeerde apotheektechnici. Jaarlijks wordt naar schatting 450 g cyclofosfamide en 2600 g 5-fluorouracil bereid. De apotheek heeft één biologisch veiligheidskabinet voor de bereiding van alle medicatiedoses. Het biologische veiligheidskabinet is een klasse II type A/B3 en is al 10 jaar in gebruik. 

Tabel 1. Cyclofosfamide (CP) en 5-fluorouracil (5FU) in veegmonsters na het gebruik van veiligheidsspelden en zonder voorafgaande reiniging (basislijnbesmetting)

2A

Tabel 2. Cyclofosfamide (CP) en 5-fluorouracil (5FU) in veegmonsters na implementatie van de CSTD en na reiniging (start testperiode)

3

Tabel 3. Cyclofosfamide (CP) en 5-fluorouracil (5FU) in veegmonsters één jaar na implementatie van de CSTD.

Materialen en methoden

Er werden twaalf locaties gekozen om te worden getest op omgevingsbesmetting met de cytostatica cyclofosfamide en 5-fluorouracil. De twaalf locaties waren vijf in de apotheek, vijf in de omgeving van de infuussuite en twee in kantoorruimtes. De geteste ruimtes bleven gedurende het onderzoek identiek, met uitzondering van het geautomatiseerde medicijndistributiestation dat in het eerste kwartaal van 2011 werd vervangen. De testlocaties werden bepaald, gemeten en de oppervlakte van elke locatie werd berekend in vierkante centimeter.

De veegmonsters werden drie keer genomen. De eerste monsters werden verkregen op 25 juni 2010, de tweede monsters werden verkregen in de periode tussen 18 en 27 augustus 2010, en de derde monsters werden verkregen op 19 augustus 2011. Alle monsters werden verzameld door de hoofdapotheker in het kankercentrum. De eerste monsters werden in juni 2010 verzameld zonder voorafgaande reiniging om de basisniveaus van contaminatie te meten die optraden bij het gebruik van de inperkingstechniek die op dat moment werd gebruikt. De implementatie van de CSTD vond gelijktijdig plaats in de apotheek en de infuussuite in juli 2010. Er werd tijd uitgetrokken voor de apotheektechnici en de verpleegkundigen om te wennen aan het gebruik van de nieuwe apparaten. De apotheek, infuussuite en kantoren werden gereinigd met doekjes die natriumhypochloriet 0,55% oplossing bevatten. De schoonmaak werd uitgevoerd door een apotheker en een apotheektechnicus. De tweede monsters werden verzameld in augustus 2010 na de implementatie van de nieuwe apparaten en de reinigingstechniek met natriumhypochloriet om te bepalen of de verontreiniging volledig was verwijderd. De derde monsters werden verzameld in augustus 2011, ongeveer 1 jaar na de implementatie van de apparaten.

Het EquaShield'-systeem24 gebruikt een dubbel membraan voor medicijntransfers om droge verbindingen te garanderen. De unieke spuit is luchtdicht en bevat twee kamers, de distale kamer voor lucht en de proximale voor vloeistof. Ook de connector heeft twee naalden voor de uitwisseling van lucht en vloeistof. De lucht achter de plunjer van de injectiespuit (distaal) wordt overgebracht naar de medicijn flacon wanneer vloeibaar medicijn wordt teruggetrokken in de injectiespuit (proximaal).

De veegmonsters werden genomen met Cyto Wipe Kits (Exposure Control Sweden AB). Om testmonsters te verzamelen werd een aliquot 0,03 M natriumhydroxideoplossing uit de Cyto Wipe Kits op elk doelgebied aangebracht en twee keer afgeveegd met droog tissuepapier. Het tissuepapier werd vervolgens in een plastic container met schroefdop geplaatst en onmiddellijk ingevroren en opgeslagen.

De monsters werden geanalyseerd met een gaschromatografie-tandem massaspectrometriemethode systeem. De specificiteit en gevoeligheid worden verhoogd bij gebruik van gaschromatografie-tandem massaspectrometriemethode in plaats van gaschromatografie-massaspectroscopie.25,26

De analyse van 5-fluorouracil werd uitgevoerd op een hogedrukvloeistofchromatografiesysteem met ultravioletdetectie.10,11

Resultaten

Tijdens het onderzoek werden zesendertig monsters verzameld. De resultaten van de analyse van de veegmonsters worden gepresenteerd in de tabellen 1-3. De verontreiniging per vierkante centimeter is berekend uitgaande van een 100% recovery en veegefficiëntie. Alle resultaten zijn dus onderschattingen. De detectiegrenzen voor de analyse van cyclofosfamide en 5-fluorouracil waren respectievelijk 0,10 en 5 ng/mL natriumhydroxide.

De resultaten van de eerste twee sets laten contaminatie met cyclofosfamide zien op ongeveer de helft van de posities op alle afdelingen tijdens beide verzamelperioden (tabellen 1 en 2). De besmettingsniveaus waren echter zeer laag en meestal net boven de detectielimiet van de analysemethode. Het hoogste contaminatieniveau werd gevonden op de deur en de handgreep in de apotheek. Verontreiniging werd aangetroffen in een van de kantoorruimtes bij de tweede collectie. Verontreiniging met 5-fluorouracil werd alleen waargenomen op de uitgiftebalie in de apotheek tijdens de tweede inzamelingsperiode. De resultaten van de laatste inzamelingsperiode laten geen verontreiniging zien met cyclofosfamide of 5-fluorouracil in de apotheek, infuussuite of kantoren van het kankercentrum. 

Discussie en conclusie

Blootstelling aan antineoplastische middelen is schadelijk voor zorgpersoneel. Besmette oppervlakken worden aangeraakt wanneer zorgpersoneel geen persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) gebruikt. In dit onderzoek zijn geen monsters genomen van het biologische veiligheidskabinet. De buitenkant van flacons die tijdens het bereiden worden gebruikt, kan verontreinigd zijn met cytotoxische agentia.27 Ons doel was niet om aan te tonen dat er verontreiniging in het biologische veiligheidskabinet aanwezig is, maar eerder om te bepalen of gemeenschappelijke ruimten een grotere kans bieden op blootstelling, indien verontreinigd, van zorgpersoneel.

De eerste bemonsteringsresultaten toonden aan dat het milieu op verschillende afdelingen besmet was met cyclofosfamide. Het besmettingsniveau was echter zeer laag vergeleken met historische gegevens.12 Besmetting met 5-fluorouracil werd slechts op één positie waargenomen. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een hogere detectielimiet voor de analyse van 5-fluorouracil in vergelijking met cyclofosfamide.

Natriumhypochloriethoudende doekjes werden gebruikt om oppervlakken schoon te maken voor de tweede monstername. Dit is niet ideaal, omdat bleekmiddel niet alle antineoplastische stoffen verwijdert en de concentratie van de doekjes laag was. Dit is echter de algemeen geaccepteerde schoonmaakpraktijk in deze instelling. Het was essentieel om vast te stellen dat de CSTD de contaminatie van oppervlakken zou verminderen gezien het gekozen schoonmaakproces.

Andere onderzoeken hebben omgevingsbesmetting met cytostatica in apotheken en toedieningsruimten aangetoond.10-12 De eerste resultaten van dit onderzoek toonden zeer lage besmettingsniveaus met cyclofosfamide en 5-fluorouracil in vergelijking met de referentiegegevens.

De uiteindelijke resultaten van de monstername, een jaar na de implementatie van de transfersystemen met gesloten systeem, toonden een omgeving aan die vrij was van besmetting door cyclofosfamide en 5-fluorouracil.

Op onze praktijklocatie moeten verpleegkundigen de apotheek binnengaan om bereide chemotherapieproducten op te halen voor toediening aan de patiënt. De deur en de handgreep worden herhaaldelijk aangeraakt door al het personeel, zowel de apotheek als de verpleging, terwijl ze geen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Het vinden van het hoogste besmettingsniveau op dit oppervlak was niet verrassend, maar het was wel een bevestiging dat persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) alleen zorgverleners niet kunnen beschermen tegen blootstelling aan antineoplastische middelen.

Een van de monsters uit een kantoor was afkomstig van een bureau van een ondersteunende verpleegkundige van een arts. De medewerker diende geen chemotherapie toe en werkte ook niet in de infusiekamer. Het vinden van besmetting met cyclofosfamide op deze locatie toonde aan dat besmetting van oppervlakken zich door het hele gebouw kan verspreiden.

De jarenlange ervaring en expertise van de apotheektechnici (samen 21 jaar ervaring voor twee technici) in het bereiden van antineoplastische middelen kan een reden zijn geweest voor het aanvankelijk lage besmettingsniveau. Daarnaast heeft de deskundigheid van de verpleegkundigen in de infusiekamer (gemiddeld twintig jaar ervaring) waarschijnlijk bijgedragen aan dit lage besmettingsniveau.

De implementatie van de transferapparaten met gesloten systeem voor de voorbereiding en toediening van chemotherapie elimineerde oppervlaktebesmetting met cytotoxische middelen in het ambulante infusiecentrum voor chemotherapie bij kanker.

De NIOSH22 en de huidige USP 79723 normen van de United States Pharmacopeia bevelen alleen het gebruik van CSTD's aan bij de voorbereiding en toediening van chemotherapie. Een ''veilig'' niveau van blootstelling aan antineoplastische middelen door werknemers in de gezondheidszorg is onbekend. Op basis van de positieve bevindingen dat CSTD's besmetting van het oppervlak met antineoplastische middelen kunnen voorkomen, moeten de richtlijnen worden aangepast om het gebruik ervan verplicht te stellen.

Financiering

Dit onderzoek ontving geen specifieke subsidie van een financieringsinstantie in de publieke, commerciële of non-profitsector.

Belangenverstrengeling

De auteurs hebben geen belangenconflicten te melden.

Vragen en antwoorden op USP 800

Q: How does USP <800> refer to closed system transfer devices (CSTDs)?

Antwoord: CSTD's worden aanvullende technische beheersmaatregelen genoemd die aanvullende beheersmaatregelen bieden om een extra beschermingsniveau te bieden tijdens het samenstellen of toedienen. Aanvullende technische veiligheidsmaatregelen kunnen ook zorgen voor een betere bescherming op het werk, vooral bij het hanteren van HD's buiten de primaire en secundaire technische veiligheidsmaatregelen om.

Q: Does USP <800> acknowledge that all CSTDs will perform adequately?

A: No, USP <800> reveals that there is no certainty that all CSTDs will perform adequately. Therefore, users should carefully evaluate the performance claims associated with available CSTDs based on independent, peer-reviewed studies and demonstrated contamination reduction.

V: Kunnen gevaarlijke medicijnen (HD's) verdampen bij kamertemperatuur, waardoor het risico van beroepsmatige blootstelling toeneemt?

A: Ja, de Oncology Nursing Society (ONS) Toolkit voor veilige omgang met gevaarlijke geneesmiddelen voor verpleegkundigen in de oncologie identificeert 8 HD's die bij kamertemperatuur kunnen verdampen, waaronder Carmustine, Cisplatine, Cyclofosfamide, Etoposide, 5-Florouracil, Ifosfamide, Stikstofmosterd en Thiptepa.

Q: Why does USP <800> indicate that it is important to contain HDs vapors?

A: USP <800> states that a potential opportunity of exposure during administration includes generating aerosols of HDs by various routes (Ex. Injection, irrigation, oral, inhalation or topical administration).

Q: Does USP <800> indicate that a CSTD can help contain HDs vapors when utilized?

A: Yes, USP <800> states that some CSTDs have been shown to limit the potential of generating aerosols during compounding.

Q: Does USP <800> still allow for the use of two tiers of containment (Ex. CSTD within a BSC) that is in a non-negative pressure room for facilities that prepare a low volume of HDs?

A: No, USP <800> states that a CSTD must not be used as a substitute for a containment primary engineering control (C-PEC) which must be in a room with negative pressure between 0.01 and 0.03 inches of water column relative to all adjacent areas.

Q: When does USP <800> indicate that a CSTD should be utilized?

A: USP <800> states that a CSTD should be used when compounding HDS when the dosage form allows. Furthermore, USP <800> states that a CSTD must be used when administering antineoplastic HDs when the dosage form allows.

V: Geven de USP-normen aan hoe het aanbrengen van een CSTD op een injectieflacon de datering na gebruik (BUD) beïnvloedt?

A: No, USP <797> revisions and USP <800> do not state that attachment of a CSTD to a medication vial either reduces or prolongs the beyond use date (BUD) of a medication vial (single or multiple dose). Therefore, for medication vials with an attached CSTD, BUD remains unchanged from USP standards. USP, Joint Commission and other regulatory bodies also do not currently endorse the utilization of a CSTD for prolonging the BUD of single dose vials, which is also known as dose vial optimization (DVO) due to patient safety concerns.

Verontreiniging van injectiespuiten tijdens het bemonsteren van cyclofosfamideoplossingen

De aanwezigheid van cytotoxische middelen in de urine van toedieners en in hun omgeving is aangetoond. De farmacokinetiek van de urinaire eliminatie van cyclofosfamide suggereert dat deze geneesmiddelen tijdens het hanteren cutaan worden geabsorbeerd. In het kader van een meer algemeen onderzoek naar de besmetting van de ziekenhuisomgeving, richt dit onderzoek zich op de mogelijke aanwezigheid van cytotoxische agentia op de plunjers van injectiespuiten. Het rapport is gebaseerd op resultaten die erop wijzen dat bacteriële besmetting van een zuiger kan leiden tot besmetting van de te bemonsteren oplossing. Het onderzoek was verdeeld in twee fasen. De eerste fase bestond uit het meten van de besmetting van de plunjers van acht spuiten die werden gebruikt voor het hanteren van cyclofosfamide. Cyclofosfamide werd geanalyseerd met gaschromatografie-massaspectrometrie met een detectielimiet van 0,1ng/ml. Het doel van de tweede fase was om de contaminatie op de plunjer te lokaliseren en zo de hoeveelheid geneesmiddel te bepalen die in contact komt met de handschoenen van de operators. De besmetting werd gekwantificeerd door de activiteit van metastabiel technetium te meten. De resultaten van de eerste fase toonden aan dat alle plunjers besmet waren met hoeveelheden cyclofosfamide variërend van 3,7 tot 445,7 ng. De tweede fase toonde aan dat de infiltratie van vloeistof op de plunjer afhing van de oplossing die werd bemonsterd. Er werd bijna geen infiltratie waargenomen met gelabeld water, maar verontreiniging verscheen na de eerste monstername van een cyclofosfamideoplossing en nam vervolgens toe als functie van het aantal keren dat de plunjer in en uit werd gedrukt. Deze resultaten geven aan dat cyclofosfamideoplossingen infiltreren op de plunjers van injectiespuiten. Ze suggereren dat de algemene procedure voor het hanteren van cytotoxische middelen moet worden aangepast en dat het regelmatig vervangen van spuiten moet worden afgedwongen. Ze verklaren ook gedeeltelijk waarom de handschoenen van 50%/90%-operators na één enkele bereiding besmet zijn. De contaminatie lijkt af te hangen van het type oplossing dat is bemonsterd en het aantal monsternemingen. Aanvankelijk onderzoek door de fabrikant van de spuiten had aangetoond dat de zure pH van cyclofosfamideoplossingen het smeermiddel van de gewrichten kan aantasten. Ons onderzoek toont aan dat de contaminatie van de plunjers een van de bronnen van milieucontaminatie is voor gezondheidswerkers die omgaan met antineoplastische middelen, zelfs als er geen manipulatiefouten worden gemaakt. Meer in het algemeen tonen deze resultaten aan dat de blootstelling van zorgverleners niet duidelijk kan worden beschreven tenzij alle bestaande bronnen van besmetting in hun omgeving worden geïdentificeerd. Bij de implementatie van geschikte procedures moet dus rekening worden gehouden met alle mogelijke besmettingsbronnen, inclusief technische voorzieningen zoals het gebruik van een veiligheidskabinet of een isolator.

J Oncol Pharm
Practice (2005) 11: 1-5.

Trefwoorden: besmetting; cytotoxisch; blootstelling;
injectiespuiten

Inleiding

In 1979 opperden Falck et al. de mogelijkheid dat gezondheidswerkers die betrokken waren bij de bereiding en manipulatie van antikankermedicijnen beroepsmatig blootgesteld werden aan cytotoxische agentia.1 De auteurs bevestigden en kwantificeerden vervolgens een dergelijke blootstelling, voornamelijk door agentia zoals cyclofosfamide in de urine te meten. Ze behaalden positieve resultaten en breidden hun onderzoek vervolgens uit naar de besmetting van de omgeving.2-7 Ze toonden aan dat de handschoenen en de algehele werkomgeving van dit personeel vaak besmet waren met wisselende concentraties cytotoxische agentia.5,6 Het huidige onderzoek, dat werd uitgevoerd in het kader van een groter onderzoek naar ziekenhuisbesmetting, richtte zich op de mogelijke besmetting van injectiespuiten door de bemonsterde oplossing, ervan uitgaande dat de bacteriële besmetting van injectiespuiten kan leiden tot de besmetting van de oplossing zelf.8 De aanwezigheid van een cytotoxische stof op de injectiespuiten is een mogelijke bron van milieubesmetting voor mensen die met het geneesmiddel werken en van wie de handschoenen doorgaans besmet zijn, zelfs als er geen manipulatiefout is gemaakt.

MATERIALEN EN METHODEN

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het Centre Le´on Be´rard (Frankrijk) met driedelige Becton Dickinson-spuiten van 50 ml. Deze spuiten werden gekozen vanwege hun lange plunjers die gebruikers dwingen om ze met hun gehandschoende handen aan te raken. Het onderzoek bestond uit twee fasen.

Fase 1
Om de werkelijke vervuiling van de plunjers van spuiten die gebruikt worden voor de bereiding van cyclofosfamideoplossingen te bestuderen, werden acht spuiten gedurende ongeveer 8 uur (9:00 - 17:00 uur) gebruikt, waarna gedurende de dag monsters werden genomen wanneer de spuiten nodig waren om recepten te vullen. Het aantal keren dat de zuiger in en uit werd gedrukt werd geregistreerd. Aan het einde van de dag werd een half kompres (20*20, Tetra Medical), geïmpregneerd met 5 ml water voor injecteerbare preparaten, aangebracht op de polypropyleen zuiger nadat deze volledig was uitgetrokken. Het kompres werd vervolgens bewaard in een glazen kolf bij -20oCtot aan de analyse.

Monsterbehandeling. Het kompres werd in een gesilaniseerde glazen buis geplaatst met 0,1 mL van een oplossing van 250 ng/mL trofosfamide (interne controle) en 0,5 mL Tris buffer, pH 8. De cyclofosfamide werd geëxtraheerd met 15 mL ongestabiliseerde diethylether. Het monster werd gedurende 10 minuten mechanisch geschud, waarna de organische fase werd verwijderd, gecentrifugeerd bij 3000 rpm gedurende 6 minuten en vervolgens in een gesilaniseerde glazen buis geplaatst. De waterige oplossing werd weer geëxtraheerd zoals eerder. De gehele organische fase werd gedroogd met watervrij natriumsulfaat en vervolgens ingedampt onder een lichte stikstofstroom bij 35oCtotdat een volume van 2 ml was verkregen. Het diethyletherresidu werd overgebracht in een glazen kolf van 3 ml en vervolgens onder een lichte stikstofstroom bij 35oCingedampt tot droogte.

Derivatisering. Het gedroogde residu werd behandeld met 100 ml ethylacetaat en 100 ml trifluorazijnzuuranhydride (derivatiseermiddel). De oplossing werd een paar seconden geschud en vervolgens verwarmd bij 708C gedurende 15 minuten. Nadat de oplossing was teruggebracht naar kamertemperatuur, werd het verdampt tot droogte onder een lichte stroom stikstof, waarna 100 mL tolueen werd toegevoegd. Na 5 minuten mechanisch schudden werd 1 ml van de oplossing in de chromatograaf geïnjecteerd.

Onder deze omstandigheden was het gemiddelde terugvindingspercentage (9/SD) van cyclofosfamide met de hierboven beschreven bemonsteringsmethode 859/10%.

Analytische omstandigheden. Cyclofosfamide werd geanalyseerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS) met een detectielimiet van 0,1 ng/mL. We gebruikten een Hewlett-Packard 5 MS capillaire chromatografische kolom met een interne diameter van 0,25 mm, een filmdikte van 0,25 mm en een lengte van 30 m. Het dragergas was helium 5.5, de druk aan de bovenkant van de kolom was 17 kPa, de gasstroom was 50 mL/min en de kolomstroom was ongeveer 1 mL/min. Er werd gebruikgemaakt van de splitless injectiemodus.

Gaschromatografische condities. De begintemperatuur van de oven was 1108C. Na 1 min werd deze geleidelijk verhoogd met 158C/min tot 2808C. Na 0,5 min werd deze verhoogd met 258C/min tot 3108C. Na 3,57 min werd de oventemperatuur verlaagd naar 1108C voor 0,2 min voor de volgende injectie.

Massaspectrometrie. De interface- en brontemperaturen waren respectievelijk 2808C en 2008C. De energie van de ioniserende elektronen was 70 eV en de valstroom was 150 mA.

Kenmerken van geselecteerde ion monitoring. Er werden twee ingangsvensters gebruikt: het eerste van 9.00 tot 11.20 min, waarin het massafilter werd afgesteld op de ionen 307, 309 en 212 van cyclofosfamide, en het tweede van 11.20 tot 13.00 min, waarin het massafilter werd afgesteld op de ionen 273, 275 en 182 van de interne standaard. Onder deze omstandigheden werden cyclofosfamide-trifluoracetaat en trofosfamide geëlueerd bij retentietijden van respectievelijk 10,308 en 12,080 min.

Fase 2
Het doel van de tweede fase was het lokaliseren van de contaminatie op de plunjer met oplossingen van technetium-99m, om te bepalen welke hoeveelheid cytotoxisch middel in contact kon komen met de handschoenen van operators. Er werden twee oplossingen bereid:

  • 50 ml van een oplossing van 99mTc, met een activiteit van 1 GBq;
  • 50 ml van een oplossing van 20 mg/mL cyclofosfamide in water met 1 GBq 99mTc.

Beide werden in polyvinylchloridezakken van 50 ml geplaatst. Er werden drie tests uitgevoerd.

  • Bij de eerste en tweede test werden 1, 3, 5 en 10 monsters van de oplossing van 99mTc en van de oplossing van cyclofosfamide en 99mTc getrokken door een operator die tijdens het bemonsteren de plunjer niet met zijn handschoenen aanraakte. De as van de plunjer was onveranderd.
  • Bij de derde test werden 1, 3, 5 en 10 monsters van de oplossing van cyclofosfamide en 99mTc opgezogen door een operator die de plunjer tijdens het bemonsteren met zijn handschoenen aanraakte. De as van de plunjer werd dus gewijzigd, wat overeenkomt met de werkelijke situatie bij normaal gebruik. Na elke in- en uitgaande beweging van de plunjer werden de handschoenen uitgetrokken en werd de contaminerende activiteit gemeten met een externe Canberra-sonde. De gerapporteerde datapunten komen overeen met het gemiddelde van de activiteiten gemeten op vier verschillende injectiespuiten.

Bemonstering aan de plunjers. Er werden drie monsters genomen van de plunjer van elke injectiespuit met wattenstaafjes geïmpregneerd met dubbel gedestilleerd water (figuur 1). De monsters kwamen respectievelijk overeen met het oppervlak van de bovenste helft van de zuiger (E1), het oppervlak van de zuiger naast het gewricht (E2) en het oppervlak van het gewricht zelf (E3).

Analysemethode. De activiteit werd gemeten met een Packard Cobra-teller met vijf meetopeningen. Zowel de achtergrondactiviteit als de vervalsnelheid van 99mTcwerden meegenomen in de metingen.

Verontreiniging van injectiespuiten tijdens de monstername-1-jpg

Figuur 1. Locatie van monsters van injectiespuiten.

RESULTATEN

Fase 1
De plunjers van de acht geteste spuiten waren besmet met cyclofosfamide (tabel 1) (gemiddelde waarde, 71,5 ng; range, 3,7-445,7 ng). De cyclofosfamideconcentratie in de oplossing was 20 mg/ml, wat overeenkomt met een gemiddeld volume van 3,6 nL (0,2-22,3 nL). 

De verontreiniging bereikte 50 ng of meer in één van de drie spuiten en ongeveer 5 ng in twee van de drie spuiten. Er werd geen verband gevonden tussen het aantal in- en uitgaande bewegingen van de zuiger en de hoeveelheid cyclofosfamide op de zuiger.

Fase 2
De resultaten van de tweede fase staan in de tabellen 2 en 3. Er werd bijna geen verontreiniging gevonden bij gebruik van gelabeld water (A). De verontreiniging bleef onder 1 nL, zelfs na 10 keer in- en uitduwen, hoewel er een lichte toename werd geconstateerd als het aantal keer duwen toenam. De verontreiniging van de plunjers was consequent groter met de oplossing van radioactief gemerkt cyclofosfamide dan met de zuivere radioactief gemerkte oplossing, ongeacht de test of het aantal in- en uitduwbewegingen. Dit verschil werd duidelijk na het eerste gebruik van de spuit, ongeacht of de bediener de plunjer met handschoenen aanraakte of niet; de totale contaminatie van de plunjers was echter belangrijker nadat de bediener de plunjer had aangeraakt dan anders, maar dit verschil verdween na 10 keer duwen.

Boven- en onderoppervlakken van de plunjers (E1 en E2). De verontreiniging van het boven- en onderoppervlak van de plunjers komt overeen met de hoeveelheid verontreiniging die in contact kan komen met de handschoenen van operators.

  • Er werd bijna niets (90 pL, Tabel 2) gevonden met radioactief gemerkt water, ongeacht het aantal keren dat het water werd in- en uitgegoten.
  • De vervuiling nam toe na slechts vijf in- en uitplunzingen in de test zonder contact met de plunjer. Er werd weinig verontreiniging gezien na de eerste in- en uitplunjer, maar de hoeveelheid nam snel toe als functie van het aantal plunjerbewegingen; er werd een 50-voudige toename waargenomen tussen één en tien plunjerbewegingen (van 0,08 tot 3,99 nL).

DISCUSSIE

Onze resultaten laten zien dat cyclofosfamide infiltreert op de plunjers van spuiten, wat suggereert dat de algemene procedure voor het manipuleren van cytotoxische middelen moet worden aangepast. Spuiten mogen niet de hele dag door worden gebruikt, maar moeten vaak worden vervangen door nieuwe. Systematische vervanging na elke manipulatie is niet gerechtvaardigd, omdat we hebben aangetoond dat lekkage op de zuiger pas optreedt nadat een spuit meerdere keren is gebruikt.

Deze resultaten zetten ook vraagtekens bij het gebruik van tweedelige spuiten voor het reconstitueren van antineoplastische geneesmiddelen, aangezien deze spuiten minder waterdicht zijn dan driedelige spuiten. Dit onderzoek kan, net als het geval was voor handschoenen, leiden tot het opstellen van aanbevelingen voor het gebruik van bepaalde spuiten voor de manipulatie van cytotoxische middelen.

De infiltratie op de zuiger is hoger met de cyclofosfamideoplossing dan met gelabeld water, en de hoeveelheid neemt toe met het aantal keren dat de spuit wordt gebruikt. We veronderstellen dat de cyclofosfamideoplossing zelf reageert met het scharnier of de spuit en zo gemakkelijker op de zuiger terechtkomt. Eerste onderzoeken hebben aangetoond dat de zure pH van de cyclofosfamideoplossing de siliconen kan aantasten die worden gebruikt om de spuit te smeren.

De bevinding dat cyclofosfamide infiltreert op de plunjers van spuiten verklaart verder de contaminatie van handschoenen en flacons tijdens de manipulatie van geneesmiddelen,5,6 zelfs als er geen bedieningsfout is gemaakt. De verschillende hoeveelheden die bij de verschillende tests op de boven- en onderkant van de plunjer werden afgezet (wanneer de toedieners de plunjer aanraakten bij het bemonsteren van cyclofosfamide of wanneer ze dat niet deden) geven aan dat tot 10,2-53,4 ng van het geneesmiddel de handschoenen van toedieners kan besmetten na 5-10 keer in- en uitplunderen (tabel 3). Als deze contaminatie de hele dag wordt herhaald en niet wordt opgemerkt, of als er niet efficiënt mee wordt omgegaan, kan dit bijdragen aan de beroepsmatige blootstelling van de toedieners.

Tabel 1. Hoeveelheden en volumes cyclofosfamide op de plunjers van de acht spuiten

Verontreiniging van de plunjers van de injectiespuit tijdens de bemonstering 2

Tabel 2. Volumes (nL) verontreinigende stoffen op de plunjers van injectiespuiten; resultaten van drie tests

aE1, bovenste oppervlak; E2, onderste oppervlak; E3, gewricht.
bA, bemonstering van 99mTc-oplossingzonder de plunjer aan te raken; bB, bemonstering van een
oplossing van cyclofosfamide en 99mTczonder de plunjer aan te raken; bC,
bemonstering van een oplossing van cyclofosfamide en 99mTcbij het aanraken van
plunjer.

  • Een dergelijke trend werd niet gevonden in de derde test, toen de operator de plunjer aanraakte (C). De contaminatie bleef relatief stabiel, met volumes op het bovenste en onderste oppervlak die varieerden tussen 0,52 en 1,32 nL (tabel 2). De verontreiniging na één en drie keer dompelen was bij deze test echter respectievelijk 13,5 en 3,2 keer zo groot als wanneer de operator de plunjer niet aanraakte (B). Daarentegen was het respectievelijk 2,0 en 3,0 keer lager dan in B na 5 en 10 keer pompen.

Oppervlak van de verbinding (E3). Net als bij de bovenste en onderste delen van de plunjer was de contaminatie van het gewricht verwaarloosbaar bij de test met alleen 99mTc, hoewel deze licht toenam met het aantal in- en uitplunzingen. Er werd een lineair verloop van de gewrichtscontaminatie gezien in de test met cyclofosfamide wanneer de manipulator de plunjer niet aanraakte (B). Dit was niet het geval wanneer de plunjer werd aangeraakt (C): er werden grote variaties gevonden in de hoeveelheid contaminatie (0,24-6,67 nL), ongeacht het aantal in- en uitgaande plunjers. Het veranderen van de as van de plunjer lijkt dus een kritieke rol te spelen in de contaminatie van de verbinding.

Tabel 3. Hoeveelheden (ng) cyclofosfamide aanwezig op plunjers; resultaten van twee tests

Verontreiniging van plunjers van injectiespuiten tijdens de bemonstering van cyclofosfamideoplossingen

aE1bovenste oppervlak; E2, onderste oppervlak; E3, voeg. bB, bemonstering van een oplossing van cyclofosfamide en 99mTczonder de plunjer aan te raken; bC, bemonstering van een oplossing van cyclofosfamide en 99mTcbij het aanraken van de plunjer.

Vergelijkende studie van spuitbesmetting door gevaarlijke geneesmiddelen

Sinds het einde van de jaren 1970 hebben talrijke studies de potentiële gezondheidsrisico's gedocumenteerd die gepaard gaan met de blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen in gezondheidszorgomgevingen. Er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan deze gevaarlijke stoffen kan leiden tot acute en langetermijncomplicaties voor de gezondheid, zoals onvruchtbaarheid, miskramen, geboorteafwijkingen, leukemie en andere soorten kanker. Het is duidelijk aangetoond dat werknemers gevaar lopen om aan deze geneesmiddelen te worden blootgesteld in alle contactstadia, waaronder de productie, het transport, de distributie, de ontvangst, de opslag, de bereiding, de toediening, de afvalverwerking en de reparatie en het onderhoud van apparatuur (ASHP, 2006).

Het identificeren en kwantificeren van mogelijke besmettingsbronnen is van groot belang, omdat het kan bijdragen aan een beter begrip van de problemen die komen kijken bij het veilig omgaan met gevaarlijke geneesmiddelen, maar ook aan een voortdurende verbetering van de methoden voor het omgaan met geneesmiddelen, de ontwikkeling van effectievere beschermingsmiddelen en het opstellen van betere beleidsregels en voorschriften voor de veiligheid van magistrale bereidingen en toediening aan het bed.

Het National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH, 2004) heeft het gebruik aanbevolen van een effectief medicijnoverdrachtsysteem met gesloten systeem (CSTD) om veilige, gesloten medicijnoverdrachten mogelijk te maken en de blootstelling aan gevaarlijke medicijnen en hun bijwerkingen te minimaliseren.

Bij het onderzoeken van oppervlaktevervuiling hebben onderzoeken met CSTD's een significante vermindering van vervuilingsniveaus laten zien, maar er werden nog steeds detecteerbare niveaus van gevaarlijke stoffen gevonden, wat suggereert dat de systemen niet helemaal veilig zijn en dat zorgverleners nog steeds blootgesteld kunnen worden aan omgevingsvervuiling.

In 2005 werd in een onderzoek met een oppervlaktebewakingstechniek de mogelijke contaminatie van de plunjer van injectiespuiten tijdens routinematige medicijnbereidingen in ziekenhuisapotheken verder onderzocht. Besmetting met yclofosfamide werd bevestigd, gekwantificeerd en gelokaliseerd op een standaard injectiespuit om te bepalen welke hoeveelheid cytotoxische stoffen in contact komt met de handschoenen van de gebruikers (Favier, Gilles, Latour, Desage en Giammarile, 2005). De resultaten onthulden dus een nog niet eerder ontdekte blootstellingsroute waarbij medicijnresten op de plunjer van de injectiespuit handschoenen en de werkomgeving besmetten en, wat nog verontrustender is, onbeschermd ziekenhuispersoneel dat de injectiespuit buiten het veiligheidskabinet hanteert, in groot gevaar brengen.

Het huidige onderzoek was bedoeld om nader bewijs te leveren van de oppervlaktebesmetting op standaard injectiespuiten en vaten tijdens routinepreparatie van geneesmiddelen, waarbij het prevalente cyclofosfamide werd gebruikt. Hetzelfde middel werd ook gebruikt om medicijnresten op de binnenwand van de spuitcilinders te kwantificeren.

Aangezien alle momenteel verkrijgbare CSTD's, op één na, standaard spuiten gebruiken, is deze studie belangrijk om vast te stellen hoe efficiënt deze systemen zijn bij het minimaliseren van de blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen. De enige CSTD die deze blootstellingsroute heeft aangepakt, is een nieuw apparaat met de naam EQUASHIELD®.

EQUASHIELD® is een nieuw luchtdicht, lekvrij apparaat voor medicijntransfer in een gesloten systeem dat voorkomt dat gevaarlijke medicijnen en dampen in de omgeving terechtkomen dankzij een innovatief drukvereffeningsmechanisme. EQUASHIELD® pakt het probleem van contaminatie via de spuit aan:

1. De spuitunit van EQUASHIELD heeft een dubbele mantel die het spuitvat afsluit en de zuigerstang van de spuit isoleert. Het ontwerp van EQUASHIELD zorgt er dus voor dat verontreinigingen volledig ingesloten blijven, waardoor elke mogelijkheid van contact of blootstelling tussen de zuiger en de cilinder wordt voorkomen.
2. Er is geen direct contact tussen de zuigerstang van EQUASHIELD en de cilinder van de injectiespuit.
3De oppervlakte van de zuigerstang in EQUASHIELD® is veel kleiner dan die van de zuiger van een standaard spuit.
4. De zuigerstang van EQUASHIELD kan nooit loskomen van de spuit, terwijl in standaard spuiten de zuiger uit de cilinder kan worden getrokken.

Om de doeltreffendheid van EQUASHIELD® te beoordelen bij het verminderen van plunjercontaminatie en aërosolverdamping van medicijnresten in vergelijking met standaard injectiespuiten die door andere CSTD's worden gebruikt, werd oppervlaktecontaminatie van standaard injectiespuiten en binnenwanden (vaten) vergeleken met EQUASHIELD® oppervlaktecontaminatie tijdens routineprocedures voor medicijnbereiding.


Methode

In het onderzoek werden twee bronnen van verontreiniging onderzocht: bij de eerste test werden de verontreinigingsniveaus van de plunjers onderzocht, terwijl bij de tweede test werd gekeken naar de prevalentie van restanten van het spuitvat die in het milieu kunnen verdampen.

Test vervuiling plunjer

Er werden in totaal 24 spuiten gebruikt om de verontreinigingsniveaus van de zuiger te testen: 12 standaard Becton Dickinson 60cc spuiten en 12 EQUASHIELD® 60cc spuiten. Op dezelfde manier werden 24 afsluitbare bemonsteringsbekers, één voor elke spuit, geprepareerd volgens de aanbevelingen van het laboratorium. Alle injectiespuiten en monsternamebekers werden vooraf gemerkt met bijpassende etiketten met de volgende informatie: het type injectiespuit (BD of ES); het aantal manipulaties (2M, 4M of 8M); het serienummer (1 tot 12 voor BD en 1-12 voor ES); en een lege ruimte om het CP serienummer te markeren. Alle injectiespuiten en monsternamebekers werden van tevoren gemerkt met bijpassende etiketten met de volgende informatie: het type injectiespuit (BD of ES); het aantal manipulaties (2M, 4M of 8M); het serienummer (1 tot 12 voor BD en 1-12 voor ES); en een lege ruimte om het CP-serienummer aan te geven. De droge stof cyclofosfamide (Baxter) werd volgens de standaardprocedure in originele containers gemengd met een natriumchlooroplossing, wat resulteerde in voorraadoplossingen met een concentratie van 20mg/ml. Alle flacons gevuld met cyclofosfamide werden gemerkt met serienummers. Een getraind persoon voerde 2, 4 of 8 manipulaties uit met elk van de standaard- en EQUASHIELD®-spuiten. Bij elke manipulatie werd 50cc cyclofosfamide uit de injectieflacon in de spuit opgezogen en vervolgens terug in de injectieflacon geleegd. Alle manipulaties werden uitgevoerd in een veiligheidskabinet dat speciaal bestemd was voor de bereiding van antineoplastische geneesmiddelen, waarbij papieren vellen werden gebruikt om het werkgebied af te dekken. Na het voltooien van de manipulaties met elke specifieke injectiespuit werd het papieren vel vervangen, werden de handschoenen verwisseld en werd het werkgebied afgeveegd met 0,1M NaOH gevolgd door 2 Isopropanol voordat er met de volgende injectiespuit werd gewerkt. Nadat het aangegeven aantal manipulaties met elke injectiespuit was voltooid, werd de injectiespuit naar een tweede veiligheidskabinet verplaatst en op een papiervel gelegd. Er werd speciaal op gelet dat de ene spuit de andere niet raakte. Een KimWipe verzadigd met 1 ml water met een pH-waarde van 3,0 met HCl werd aangebracht op het oppervlak van de plunjer zoals weergegeven in figuur 1 om het verontreinigingsniveau op de plunjer van elke spuit te bepalen. Er werden in totaal 3 doekjes van elke zuiger genomen en tot de analyse bij -18ºC bewaard. Er verstreek niet meer dan 40 minuten tussen het moment dat een spuit werd gemanipuleerd en het moment dat de spuit werd afgeveegd. Na het afvegen werden de spuiten in een gesloten afvalbak gedaan en werden de handschoenen en het papier vervangen. De pH-waarde van de cyclofosfamide in elke injectieflacon werd gemeten en geregistreerd.

De terugvindingspercentages (101% voor de wisproeven en 72% voor de spoelprocedure) en standaardafwijking van het wisproces werden bepaald bij de voorafgaande validatie van het proces met behulp van spuiten waarin bekende hoeveelheden cyclofosfamide waren gespijkerd.

Cilinderverontreinigingstest

Bij de tweede test, die was ontworpen om verontreinigingsniveaus op de blootliggende binnenwanden van standaard spuitvaten te evalueren, werden in totaal 21 spuiten van 3 verschillende typen van 2 fabrikanten gebruikt: 9 standaard Becton Dickinson 20cc spuiten, 9 standaard Becton Dickinson 60cc spuiten (fabrikant A) en 3 standaard Terumo 60cc spuiten (fabrikant B).

EQUASHIELD® cilinders werden niet getest op contaminatie omdat hun spuiteenheden volledig omsloten zijn, waardoor er geen risico is op verdamping van dampen en aërosolen.

Manipulaties met cyclofosfamide werden op exact dezelfde manier uitgevoerd als in de eerste test (zie bovenstaande beschrijving). Zodra het aangewezen aantal manipulaties met elke injectiespuit was voltooid, werd 5 ml pH3-water in elk van de vier standaard spuitkwartieren gedruppeld en vervolgens in een kolf gegoten die vervolgens werd afgesloten en bevroren bij -18°C tot analyse (zie figuur 2 waar gekleurd water werd gebruikt om de feitelijke procedure te demonstreren).

Alle monsters werden geanalyseerd met een HPLC-MS/MS-systeem bestaande uit een 1100 binaire pomp met een HTS-PAL autosampler uitgerust met een stapelkoeler voor monsteropslag bij 4 °C tot injectie van 20 µL. Zoals eerder vermeld, werd deze stap gevalideerd met behulp van injectiespuiten om de terugvindingspercentages en de standaardafwijking van het proces te bepalen (Tuerk, Kiffmeyer, Kuss, Hahn, Stuetzer, Hadtstein, Heinemann en Eickmann, 2010).

Figuur 1

Figuur 2

Tabel 1 - Totale verontreinigingsniveaus cyclofosfamide plunjer (ng)

Tabel 1 - Totale verontreinigingsniveaus cyclofosfamide plunjer (ng)

Figuur 3: Besmettingsniveaus cyclofosfamide plunjer (ng)

Figuur 4: Besmettingsniveaus cyclofosfamidecilinders (ng)

Resultaten

De resultaten van de eerste test wezen op aanzienlijke verontreinigingsniveaus bij standaard spuitpompen; de verontreinigingsniveaus bij EQUASHIELD®-spuitpompen waren meestal verwaarloosbaar (zie tabel 1 en figuur 3). Verontreinigingsniveaus waren niet gerelateerd aan het aantal manipulaties dat met elke spuit werd uitgevoerd en konden al na één manipulatie worden gedetecteerd.

Tabel 1 - Totale verontreinigingsniveaus cyclofosfamide plunjer (ng)

  • 2, 4 en 8 zijn het aantal manipulaties.
  • U/D: niet detecteerbare verontreinigingsniveaus.

Monsteranalyse toonde significant hogere verontreinigingsniveaus op standaard injectiespuiten.

Figuur 3: Besmettingsniveaus cyclofosfamide plunjer (ng)

Verontreinigingsniveaus plunjer (ng)

Standaard (STD) spuiten vergeleken met EQUASHIELD® (ES) spuitunits tijdens routinematige medicijnbereiding met cyclofosfamide

De tweede test, die afzonderlijk werd uitgevoerd, toonde aan dat cyclofosfamide besmet was op alle geteste spuitvaten (zie Tabel 2 en Figuur 4), waarbij een grotere besmetting werd aangetroffen op de 60cc-spuiten in vergelijking met de 20cc-spuiten.

Tabel 2 - Verontreinigingsniveaus in cyclofosfamidecilinders (ng)

Alle geteste spuitcilinders waren verontreinigd met cyclofosfamide. De waarden in de tabel zijn de gedetecteerde waarden gedeeld door 72%, wat het terugvindingspercentage was.

Figuur 4: Besmettingsniveaus cyclofosfamidecilinders (ng)

Discussie

De resultaten toonden restanten cyclofosfamide aan op de plunjers en vaten van de standaardspuiten, wat eerdere onderzoeken ondersteunt die suggereren dat contaminatie van de plunjers van de spuiten een extra blootstellingsroute is die handschoenen en werkgebieden kan contamineren tijdens routinematige bereiding en toediening van gevaarlijke geneesmiddelen in apotheken en aan het bed van patiënten.

Deze bevindingen kunnen ook oppervlaktebesmetting verklaren, aangezien de besmette plunjers in contact komen met de handschoenen van zorgverleners en bijgevolg met werkoppervlakken, stoelen, tafelbladen enzovoort, ondanks verschillende voorzorgsmaatregelen zoals het gebruik van handschoenen, veiligheidskabinetten en dergelijke. Op dezelfde manier kunnen aërosolen en dampen uit de vaten van de injectiespuit bijdragen aan luchtverontreiniging wanneer ze verdampen in de omgeving of condenseren op werkoppervlakken.

Omdat op één na alle momenteel verkrijgbare systemen voor medicijnoverdracht met een gesloten systeem (CSTD) standaard injectiespuiten gebruiken, is het bovendien belangrijk om zorgverleners te waarschuwen voor de gevaren van het gebruik van deze systemen die een verwaarloosd veiligheidsprobleem kunnen vormen, wat vooral alarmerend is als je bedenkt dat onbeschermd personeel de spuit buiten de veiligheidskast hanteert.

Tot slot is het belangrijk op te merken dat de verontreinigingsniveaus die werden aangetroffen op de plunjers van de EQUASHIELD® CSTD niet van belang zijn, wat wijst op de doeltreffendheid van een volledig gesloten injectiespuit. Deze informatie kan bijdragen aan de ontwikkeling van effectievere CSTD's en de handhaving van beter beleid en betere regelgeving met betrekking tot de omgang met gevaarlijke geneesmiddelen.

De resultaten geven aan dat de verontreiniging van de zuiger en het reservoir van gewone injectiespuiten die worden gebruikt voor de bereiding van geneesmiddelen, een belangrijke bron van blootstelling is die verder onderzoek en overweging vereist. Een mogelijke oplossing is het gebruik van een volledig gesloten injectiespuit zoals EQUASHIELD®, waarvan is aangetoond dat deze tot aanzienlijk lagere verontreinigingsniveaus leidt.

Wat is een Closed System Transfer Device (CSTD)?

Volgens het National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH) is een CSTD een apparaat voor de overdracht van medicijnen dat mechanisch voorkomt dat verontreinigende stoffen uit de omgeving in het systeem terechtkomen en dat gevaarlijke medicijnen of dampen uit het systeem ontsnappen1. Deze apparaten zijn een essentieel hulpmiddel om blootstelling aan gevaarlijke medicijnen te voorkomen, die ernstige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken bij werknemers in de gezondheidszorg. Het gebruik van CSTD's is in verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, verplicht gesteld vanwege de hoge incidentie van blootstelling aan gevaarlijke medicijnen onder gezondheidswerkers. In dit artikel gaan we in op de belangrijkste kenmerken en wettelijke vereisten van CSTD's en waarom ze essentieel zijn voor de bescherming van gezondheidswerkers tegen blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen.

Waarom zijn CSTD's zo belangrijk?

Gevaarlijke medicijnen, zoals chemotherapeutische middelen, antivirale medicijnen en immunosuppressieve medicijnen, brengen aanzienlijke gezondheidsrisico's met zich mee voor medisch personeel dat ermee omgaat. Deze risico's omvatten huidirritatie, allergische reacties, voortplantingsproblemen en zelfs de ontwikkeling van kanker2. Om de blootstelling aan gevaarlijke medicijnen tot een minimum te beperken en de gezondheid en veiligheid van medisch personeel op de lange termijn te garanderen, is het essentieel om de beste praktijken en veiligheidsmaatregelen te implementeren. 

Wat is de status van de regelgeving in de VS? 

Specifieke vereisten volgens de richtlijnen van USP 800 zijn onder andere: 

USP 800 is een reeks richtlijnen3 ontwikkeld door de United States Pharmacopeia (USP) en verplicht gesteld door de Occupational Safety and Health Administration (OSHA) om beroepsmatige blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen voor medewerkers in de gezondheidszorg te voorkomen. USP 800 is bedoeld om zorgpersoneel, patiënten en het milieu te beschermen door veiligheidsnormen op te stellen voor het omgaan met en verwijderen van gevaarlijke geneesmiddelen in zorgomgevingen. 

  1. Correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE), zoals handschoenen, jassen, maskers en oogbescherming. 
  1. Instelling van aangewezen gebieden voor ontvangst, opslag, bereiding en toediening van gevaarlijke geneesmiddelen. 
  1. Implementatie van technische controles, waaronder biologische veiligheidskabinetten en aseptische isolatoren voor bereidingen. 
  1. Correcte hantering, decontaminatie en verwijderingsprocedures voor gevaarlijke medicijnen en besmette materialen. 

Specifieke vereisten volgens de richtlijnen van USP 797 zijn onder andere:   

USP 7974 is een uitgebreide reeks normen die zijn ontworpen om veilige bereidingspraktijken voor steriele preparaten te garanderen. Deze wettelijke vereisten hebben betrekking op kritieke aspecten, waaronder kwalificaties, training en hygiëne van het personeel; kwaliteit en controle van de omgeving; faciliteiten en apparatuur; standaard werkprocedures (SOP's); en kwaliteitsborging en documentatie. Personeel dat betrokken is bij steriele bereidingen moet de juiste training volgen en competentie aantonen door middel van schriftelijke en praktische beoordelingen, terwijl strikte hygiëneprotocollen moeten worden nageleefd.  

  1. Personeelskwalificaties en -training: Zorg ervoor dat al het personeel dat betrokken is bij steriele bereidingen de juiste training heeft gehad, via beoordelingen aantoont dat het bekwaam is en strikte hygiëneprotocollen volgt. 
  1. Kwaliteit en controle van het milieu: Handhaaf gedefinieerde luchtkwaliteitsnormen met behulp van primaire technische controles en controleer regelmatig de omgeving van de samenstelling om het risico op verontreiniging te minimaliseren. 
  1. Faciliteiten en apparatuur: Ontwerp samenstellingsruimten die gescheiden zijn van andere activiteiten, met de juiste apparatuur zoals werktafels met laminaire luchtstroom of biologische veiligheidskasten, en die voldoen aan gecontroleerde temperatuur- en vochtigheidscondities. 
  1. Standaard werkprocedures (SOP's) en kwaliteitsborging: Ontwikkelen en implementeren van SOP's voor alle bereidingsactiviteiten, waaronder voorbereiding, etikettering, opslag en afvoer van steriele bereidingen, en uitvoeren van kwaliteitscontrolemaatregelen zoals steriliteitstesten, endotoxinetesten en datering na gebruik. 

Closed System Transfer Devices (CSTD's), zoals de CSTD-productlijn van EQUASHIELD, spelen een cruciale rol bij het verminderen van het risico van blootstelling en contaminatie, terwijl ze voldoen aan de richtlijnen USP 800 en USP 797. EQUASHIELD CSTD's vormen een fysieke barrière tussen de arts en het gevaarlijke geneesmiddel en voorkomen dat gevaarlijke geneesmiddelen of dampen tijdens de bereidings- en toedieningsprocessen in de omgeving terechtkomen. 

Wanneer vindt blootstelling aan gevaarlijke drugs plaats? 

Blootstelling aan gevaarlijke medicijnen en hun dampen vindt plaats in de hele keten van medicijnverwerking, van ontvangst in het ziekenhuismagazijn tot verwijdering. Samenstellen en toedienen vormen het grootste deel van de medicijnverwerkingsketen omdat er meer mensen aan blootgesteld worden, waardoor het risico op blootstelling toeneemt.

Besmetting met gevaarlijke drugs kan via verschillende routes gebeuren: 

  • Oraal - door inname 
  • Inademing - dampen inademen 
  • Dermaal - contact

Verschillende rollen in de omgang met gevaarlijke drugs vereisen specifieke aanbevelingen: 

Apothekers en apotheektechnici

1. Gebruik CSTD's (closed system transfer devices) tijdens het samenstellen van geneesmiddelen om te voorkomen dat gevaarlijke geneesmiddelen of dampen ontsnappen. 

2. Werk in een aangewezen ruimte met goede ventilatie, zoals een biologisch veiligheidskabinet of aseptische isolator voor magistrale bereidingen. 

3. Draag de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE), waaronder handschoenen, jassen, maskers en oogbescherming. 

4. Verontreinigde materialen op de juiste manier afvoeren volgens de richtlijnen voor het afvoeren van gevaarlijk afval van de vestiging.

Verpleegkundigen en zorgverleners 

  1. Gebruik CSTD's tijdens het toedienen van medicijnen om het risico op morsen of lekken te minimaliseren.  
  1. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE), zoals handschoenen en schorten, tijdens het toedienen van gevaarlijke medicijnen en het hanteren van besmette apparatuur. 
  1. Volg de juiste procedures voor het omgaan met en weggooien van gevaarlijke drugs, waaronder het gebruik van scherpe naalden en spuiten in prikbestendige containers. 
  1. Patiënten en hun familie voorlichten over het veilig omgaan met gevaarlijke medicijnen thuis, inclusief de juiste opslag, toediening en verwijdering. 

Milieudiensten en afvalbeheermedewerkers

  1. Draag de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) bij het schoonmaken van ruimten waar gevaarlijke medicijnen worden bereid of toegediend. 
  1. Volg faciliteit-specifieke protocollen voor decontaminatie- en reinigingsprocedures. 
  1. Voer gevaarlijk medicijnafval af volgens de lokale, staats- en federale voorschriften. 

Medische instellingen en werkgevers spelen een cruciale rol bij het ondersteunen van deze veiligheidsmaatregelen door te zorgen voor de juiste middelen, waaronder: 

  1. Regelmatige training en opleiding voor al het personeel dat omgaat met gevaarlijke drugs, zodat ze goed op de hoogte zijn van veiligheidsprotocollen en -procedures. 
  2. Het leveren van de nodige PBM's en CSTD's voor al het personeel dat omgaat met gevaarlijke geneesmiddelen. 
  3. Het implementeren van gespecialiseerde ventilatiesystemen en aangewezen ruimtes voor het bereiden en toedienen van medicijnen. 
  4. Duidelijke richtlijnen en procedures opstellen voor decontaminatie, reiniging en afvalverwijdering. 

Hoe kunnen EQUASHIELD CSTD's helpen?  

Apothekers kunnen zichzelf beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen door verschillende veiligheidsmaatregelen te nemen, waaronder het gebruik van EQUASHIELD® Closed System Transfer Devices (CSTD). Deze apparaten zijn ontworpen om een fysieke barrière te vormen tussen de arts en het gevaarlijke geneesmiddel, waardoor het risico op blootstelling tijdens het bereidings- en toedieningsproces tot een minimum wordt beperkt. 

EQUASHIELD® CSTD's zijn uniek in hun vermogen om meer blootstellingsroutes te dekken dan andere oplossingen. Uitgebreide klinische evaluatie en studies4 hebben aangetoond dat standaard injectiespuiten besmet kunnen raken met gevaarlijke geneesmiddelen op oppervlakken die aan de omgeving zijn blootgesteld, wat kan leiden tot het ontsnappen van damp en contaminatie van de zuiger. EQUASHIELD® pakt dit probleem aan met zijn gesloten spuitontwerp en biedt superieure bescherming in vergelijking met alternatieve systemen. 

Tot slot is het minimaliseren van de blootstelling aan gevaarlijke drugs cruciaal voor de gezondheid en veiligheid van medisch personeel op de lange termijn. Door het implementeren van best practices, het gebruik van CTDS, geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) en apparatuur, en het bieden van voortdurende training en ondersteuning, kunnen medische instellingen een veiligere werkomgeving creëren voor al het personeel dat betrokken is bij de omgang met gevaarlijke medicijnen.Â